Willem Roudijk, Adviseur patientenzorg Intensive Care Radboud UMC Nijmegen

Mijn naam is Willem Roudijk. Ik ben in ‘de Radboud’ begonnen als leerling A verpleegkundige in 1975, toen net 18 jaar geworden. Wat een indrukwekkende tijd, die opleiding! Zo jong al geconfronteerd worden met diep menselijk leed en eigenlijk niet goed weten wat je ermee aan moet. De pastor, die ons z.g. ‘levenslessen’ gaf, zei met een soort mysterieuze glimlach daarover; ‘Och, het maakt niet zoveel uit, als je er maar bent!’. Een uitspraak die ik niet begreep en ook niet echt waardeerde, maar hij kreeg wel voor elkaar dat ik telkens in mijn loopbaan weer met dat zinnetje bezig was en bleef.

Ook op de Neuro IC, waar ik na mijn IC opleiding een baan als IC verpleegkundige kreeg. Een prachtige afdeling, waar wetenschap, mystiek, werkelijk intensieve zorgverlening aan totaal afhankelijke mensen, soms een soort magie, soms grote menselijke drama’s en veel voornamelijk non-verbale communicatie met de patiënten elkaar aanvulden en afwisselden. Ik was zeer begaan met mijn ernstig zieke patiënten en hun naasten, waar je soms toch zo weinig voor kon doen.  Anderzijds waar je toch ook weer heel veel voor kon betekenen, op een bijzondere manier.

De tweede kernzin uit mijn loopbaan was de volgende, ergens in de jaren ‘90; een opdracht in een promotieschrift van een van de artsen die op de neuro IC werkte: ‘Aan mijn ouders, die zoveel meer wisten dan de wetenschap ooit kan bewijzen’. Schitterend, nooit meer vergeten!! Filosofisch zo oprecht en zo onontkoombaar waar en uiting gevend aan veel dingen die belangrijk zijn in het leven die niet in wetenschappelijke begrippen zijn vast te leggen, maar waar mensen - bewust of onbewust - wel mee bezig zijn en mee communiceren en relateren naar hun omgeving, met name naar hun geliefden.

10 Jaar later, in de Commissie Identiteit van het Radboud umc, nog 2 zinnen, die me niet meer hebben losgelaten; ‘Wat is onze identiteit als ziekenhuis, op welke grondslag verlenen wij deze zorg?’ en ‘Menslievende zorg als rode draad voor de motivatie van de meeste mensen die in ons ziekenhuis werken’. Inderdaad, het lijkt recentelijk soms wel of de oorspronkelijke drijfveren voor zorg vanuit de joods-christelijke traditie, medemenselijkheid, barmhartigheid, troost en zorg voor de meest zwakken in onze samenleving langzamerhand plaatsmaken voor een prioritair wetenschappelijke geneeskunde met enkel bewijsbare resultaten als valide argumenten om iets wel of niet te doen; al dan niet geremd of gestimuleerd door financiële kaders. Gevoed en begeleid door enorm snelle technologische ontwikkelingen. Fantastisch dat het kan en dat het ook gebeurt, maar daarmee is de zorg’kous’ niet af, niet compleet.

Want inderdaad kozen de meeste mensen in het Radboud rond het millennium in een onderzoek desgevraagd voor menslievende zorg als voornaamste drijfveer om er te werken. Menslievende zorg, ook wel omschreven als deskundige zorg met aandachtige betrokkenheid; in deze beschrijving doen die oorspronkelijke drijfveren opgeld, naast de (medische) expertise en deskundigheid. De pijlers deskundig, aandachtig en betrokken zijn onlosmakelijk verbonden in de zorg voor de patiënt, de mens met zijn/haar eigen identiteit en persoonlijke zorgvraag. Als er één van die drie pijlers ontbreekt is de zorg niet meer compleet, en in de ogen van de ontvangers ook niet meer goed.

Uit de kernzinnen samen valt een mooie opdracht te destilleren; “Zorg dat je er bent; verleen vanuit je beroepsdeskundigheid en vanuit de identiteit en kernwaarden van het Radboudumc menslievende zorg aan mensen die in dit ziekenhuis komen omdat zij die zorg nodig hebben, en weeg en besef dat deze bijzondere mensen meer weten, meer zijn dan wat de wetenschap kan bewijzen. Laat ze mede regie voeren over hun zorgproces als zij dat willen en kunnen, en zorg voor een goede regie vanuit de zorgprofessionals als de patiënten en/of hun naasten daar zelf niet toe in staat zijn “.

Tenslotte, nu, in the early 21st century; begrippen als ‘a significant impact on healthcare’ en ‘persoonsgerichte zorg/personalized healthcare’ doen hun intrede en lijken ons wat te vervreemden van die hierboven beschreven opdracht. Ik ben ervan overtuigd, dat er in de kern van de zorgbehoefte, te weten deskundigheid met aandachtige betrokkenheid, niets gaat veranderen, welke naam je het beestje ook geeft.

De laatste jaren doe ik kwaliteitswerk op de IC op basis van ervaringen en bevindingen van patiënten en hun naasten. Ik heb het geluk gehad dat ik naar hun verhalen en bevindingen over de zorg op de IC mocht luisteren en samen met de zorgprofessionals bezig mag zijn om meer te leren denken en doen vanuit hun behoeften en vragen en om zorgprocessen te optimaliseren. Gelukkig gaat er heel veel ontzettend goed op de IC, maar nog lang niet alles. “Nog werk zat!” zou mijn opa zeggen; hij was timmerman/molenmaker in de eerste helft van de 20e eeuw en fietste door de week van molen naar molen in Overijssel en Gelderland. Achterop de bagagedrager de zelfgemaakte houten gereedschapkist, met beitels, hamer, gutsen, vijlen, schaven en de lange handzaag. Een deskundige vakman, die lieve en fantastische opa van mij.

Lees meer over Willem en zijn werk in het Radboud