Drs. Anne Rutten, Internist-Intensivist St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg

Ik heb altijd al dokter willen worden. Ik wist bijvoorbeeld al toen ik 7 was dat ik naar het gymnasium wilde want daar leerde je Latijn en dat had je nodig las je dokter wilde worden. Best een uitdaging met dyslexie. Ik wilde dokter worden om mensen te helpen en dat is zo gebleven, maar ben ook niet vies van een uitdaging.

Die uitdaging vind ik als intensivist in het St. Elisabeth ziekenhuis bij de acuut zieke patiënt, waarbij handelen en directe kennistoepassing nodig zijn. In de hoogtechnische omgeving voel ik me thuis. Er staat een deskundig team van artsen en verpleegkundigen klaar om samen met mij de behandeling te optimaliseren. Echter ik merk soms ook dat we vergeten dat er ook een persoon in bed ligt niet alleen een patiënt. Een persoon met  familie en vrienden, waarvan de wereld op zijn kop staat. Ook die wil ik graag de beste zorg geven voor, tijdens en na de ic opname.

Ik ben een  betrokken arts, dat maakt het vak niet altijd makkelijk, maar daar krijg ik wel veel voldoening uit. Ik merkte op dat er vaak wel aandacht voor de directe partner van de persoon op de ic, maar kinderen werden letterlijk en figuurlijk over het hoofd gezien. Vroeger werd gedacht dat je kinderen maar beter niks kan vertellen, ze waren dan ook niet welkom op een volwassenen- ic. Echter hiermee sluit je kinderen buiten en laat je ze in de kou staan met hun verdriet en vragen. De ouders en zorgverleners gaven in ons onderzoek aan niet te weten hoe je kinderen het beste begeleid. Ik heb hiervoor diverse tools ontwikkeld en de FCIC heeft mij een mooi platform gegeven om dit samen met andere enthousiastelingen verder uit te werken en uit te rollen over andere ic’s.

Op de ic- nazorgpoli het St. Elisabeth ziekenhuis  merk ik dat patiënten en hun naasten nog erg vaak klachten hebben gerelateerd aan hun ic opname, lichamelijk klachten maar ook vaak cognitieve en psychische klachten. Ons eigen onderzoek wees uit dat er maar liefst 81,4% van onze patiënten nog lichamelijke klachten hebben  en  rond de 45% van onze patiënten aanwijzingen zijn voor een depressie of angststoornis zoals bv PTSS (een post traumatische stress stoornis). Klachten die niet altijd gerelateerd worden aan de ic opname door “niet ic”-artsen. Er is behoefte aan erkenning en herkenning, ook door middel van lotgenoten contact. De FCIC is uitermate geschikt gebleken om de kennis die we hebben samen te delen en zo de ic-zorg te optimaliseren. Daar draag ik graag aan bij.